![]() |
|
Het leven is voor veel huishonden niet zo leuk als wij zelf wel denken. Lekker naast je liggen op de bank mag dan heel gezellig lijken, het is niets in vergelijking met het vrije jachtleven dat wilde honden kennen. Onze viervoeters vervelen zich dan ook vaak te pletter. En zoeken hun vertier in gedrag dat wij probleemgedrag noemen. Bezigheidstherapie is het antwoord om zowel hun verveling als hun verkeerde gewoontes te doorbreken. |
In het wild levende honden en wolven hebben het niet altijd makkelijk. Er kan schaarste zijn aan water of voedsel. Ranglagere en jonge reuen zijn uit op een vaste partner, wat ondanks hun vastberaden inzet en de daarmee gepaard gaande schermutselingen vaak vergeefse moeite is. Dat geeft behoorlijk wat spanning binnen de roedel. Moeders verzorgen hun jongen en brengen hen de eerste spelregels van het leven bij. Opgroeiende welpen spelen stoei- en trekspelletjes en `pak-me-dan-als-je-kan'. Een schijnbaar nutteloze tijdspassering die echter wel degelijk een doel heeft: elkaars minder sterke kanten leren kennen zodat je als team elkaars zwakheden kunt opvangen. Zo leren de dieren als vanzelf hun vaardigheden en specifieke taken en verantwoordelijkheden kennen. De gezamenlijke jacht die bestaat uit het vinden en dan volgen van een spoor, het opzoeken van de prooi, het selecteren van het slachtoffer, het in het nauw drijven, aanvallen, doden en tenslotte afscheuren van hompen vlees het is allemaal behoorlijk enerverend. Het geeft energie, het bloed raast door de aderen. Dit alles vindt zijn einde in een gezamenlijk maal, waarbij de grote sterke dieren volop aan hun trekken komen en de zwakkere dieren het met wat minder moeten doen. Soms is er dagenlang geen prooi te vinden en na verloop van tijd worden de wolven dan ook wat onrustig. De buik vraagt om eten, het wordt weer tijd. De roedel gaat actief op zoek, naarmate er langer niet gegeten is wordt de neus gevoeliger voor geurtjes en jawel. dan bereikt zo'n geurstroompje de neus van een van de wolven. De jacht kan beginnen, alle zintuigen staan op scherp. De wolf is in zijn element, hij leeft volgens de wetten van zijn natuur. Hij is zichzelf.
Uw hond wil graag werken voor de kost!
Het leven van wolven is toch wel even heel wat anders dan het leven dat wij onze honden geven. `s Morgens `effe snel een plas doen', een hap droogvoer uit een zak in je voederbak, luieren op je plaats of verveeld ronddraaien terwijl iemand het huis aan kant maakt, tussen de middag een uitje van een klein half uur (als het meezit), weer luieren, even een speeltje ophalen, een kluifje kauwen, diep de geurtjes uit de keuken -die niet voor jou zijn- opsnuiven, weer een bak droogvoer, even snel voor de mensenmaaltijd `uit', rustig liggen terwijl je baasjes televisiekijken, nog even uit met een zuchtende baas, en dan slapen. Daar is toch helemaal niets aan? Dat is toch niets voor een hond die zich diep in zijn lijf nog steeds wolf voelt? Als je erover nadenkt is dat toch hartstikke zielig?! En daar kunt u wat aan doen. U kunt uw hond natuurlijk meenemen op lange wandeltochten en u kunt op hondensport gaan. Keuze in overvloed. Maar misschien heeft u daar de gelegenheid niet voor. Geen tijd, geen vervoer, geen goede gezondheid, ieder mens heeft zo zijn eigen beperkingen. U hoeft u dan niet ongemakkelijk te voelen omdat u het leven van uw hond niet wat spannender kunt maken, want u heeft andere mogelijkheden. U gaat hem laten werken voor de kost op een manier die hij schitterend vindt.
De jacht op de `Kong'
U kunt appelleren aan de werklust van uw hond door zijn maaltijd in kleine hapjes in huis te verstoppen, door hem speeltjes te laten zoeken en hem voor zijn inzet te belonen, u kunt hem kunstjes leren die zijn denken stimuleren en u kunt voor hem koken. Die heerlijke `gerechten' kunt u vervolgens moeilijk voor hem bereikbaar maken door het gekookte potje te stoppen in een Kong
`Kong' is de merknaam voor hondenspeelgoed met een unieke vorm die onvoorspelbare stuitereigenschappen mogelijk maakt. Door met de Kong te spelen kan een hond urenlang bezig zijn met stuiteren, vangen en kauwen. De Kong is gemaakt van uitzonderlijk sterk rubber. Binnenin zit een holte die gevuld kan worden met dagelijks voedsel en lekkernijen. Gebruik altijd de juiste maat voor uw hond. Een grote hond moet echt een grote Kong hebben. Hou daar ook rekening mee als u meer honden tegelijk heeft rondlopen. Een kleine hond met een grote Kong is niet zo'n punt -al zal hij er niet gauw mee spelen-, maar een grote hond met een heel kleine Kong zou gevaarlijke momenten kunnen geven. De Kong is in allerlei maten bij de betere Dierenspeciaalzaak te verkrijgen. Er bestaan ook varianten van de `Kong' die niet zo heten omdat ze van een ander merk zijn. Hoewel deze andere producten hier en daar wat andere eigenschappen hebben, functioneren ze verder in principe hetzelfde.
Verstop de Kong.
Moet uw hond het `zoeken' nog leren, dan verstopt u de Kong eerst op een makkelijk plaatsje en verhoogt u de moeilijkheidsgraad langzaam aan. Het is de bedoeling dat uw hond echt zijn best moet doen. U kunt door uw huis over de vloer een spoor met de Kong trekken, u kunt hem ook gewoon verstoppen. U zegt tegen uw hond `Zoek' en de jacht kan beginnen. Snuffelen, neus in de lucht, neus op de grond, kijken, naar u kijken voor eventuele aanwijzingen (niet op in gaan, wel aanmoedigen; u werkt immers samen), de Kong vinden, meenemen naar een rustig plekje en uren likken, draaien, met je poten klemmen om al dat lekkers eruit te krijgen. Dat is nog eens wat anders dan zo'n hap-slik-weg-maaltijd. Daar h‚b je als hond wat aan. Het is een surrogaatjacht, maar het is wel spannend. En het doet een appèl op al je zintuigen. Honden zijn daar dol op en voelen zich echt in hun element. Na zo'n `jacht' is de hond moe en voldaan, een totaal ander gevoel dan de onrust en verveling die hem dwingt tot het vinden van alternatieve bezigheden die onze goedkeuring meestal niet kunnen wegdragen. Soms gaan honden zelfs zover dat ze straf beter vinden dan niets en zij worden dan ook de `rothonden' die met hun streken hun eigenaar het bloed onder de nagels vandaan halen. Dat is allemaal niet nodig. Hierna vindt u recepten voor de Kong, waarmee u uw hond niet alleen een smakelijke bezigheid biedt, maar hem ook een gelukkige hond maakt. En dat is toch precies wat we willen?
Zo gebruikt u de Kong
Als uw hond het geheim van de Kong nog niet kent, laat dan een stukje hondenvoer uit het gaatje steken. De hond heeft daardoor onmiddellijk succes met zijn poging het lekkers te verschalken en het stimuleert hem daarmee door te gaan. Een hond die al weet hoe zo'n Kong werkt heeft deze aanmoediging geen moment meer nodig.
Zorg dat uw hond in het begin vrij makkelijk zijn maaltje te pakken kan krijgen. Beheerst hij het kunstje eenmaal, dan maakt u het moeilijker voor hem. Dat bereikt u door het lekkers een beetje `aan te stampen', het kleveriger te maken door gebruik van smeerkaas, pindakaas en smeerworst en door hondenkoekjes in de binnenste ringen vast te klemmen
Nog moeilijker maakt u het door de inhoud van de Kong in te vriezen. Gebruik een mengsel van bijvoorbeeld smeerkaas of pindakaas, blikvoer, stukjes kip, aardappelen (zonder zout) of rijst met brokjes en vries dat met de hele Kong tegelijk in. Honden zijn hiermee uren zoet. Varieer het recept per dag en bewaar zijn favoriete smaak voor moeilijke momenten.
Let op: het is natuurlijk niet de bedoeling dat uw hond verandert in een wandelende worst. Pas de hoeveelheid voer die u in de Kong stopt aan zijn behoefte aan. En geef hem minder of geen voer in zijn bak.
Zo vult u de Kong
Om de Kong te vullen gebruikt u het grote vulgat, waarbij u ervoor moet zorgen dat u eerst het kleinste gaatje heeft afgedicht.
Stop een redelijk groot stukje gevriesdroogde lever, een beetje pindakaas of een stukje kaas in het kleinste gaatje om dit af te dichten.
Vul vervolgens ongeveer tweederde van de holte in de Kong met brokjes.
Vervolgens vult u de Kong met blikvoer of hondenbrokjes, eventueel vermengd met wat kleine stukjes gedroogde lever, kaas of pindakaas. Of smeerkaas. Zorg dat een groot hondenbrokje vastgeklemd zit in het grotere vulgaatje van de Kong of smeer het gat af met iets kleverigs.
Kong-ijsjes, heerlijk!!
Veel honden zijn dol op ijsjes. Deze zijn tegenwoordig bij de Dierenspeciaalzaak te verkrijgen, maar u maakt met gemak uw eigen Kong-ijsjes.
Doe wat pindakaas in de kleinste opening om deze dicht te maken. Zet de Kong ondersteboven in een kopje of stevig glas. Vul de Kong met kippenbouillon of een andere smaak bouillon (liefst zelfgemaakt en dus zoutloos). Sommige honden zijn dol op vruchtensap. Dat is vaak gezoet, dus zorg voor een schoon gebit door daarna een kauwbot te geven of wat harde brokjes te voeren. Zet de Kong in de vriezer. Als u hem aan uw hond geeft, is het verstandig deze niet binnenhuis te laten gebruiken. Het is heel belangrijk dat u de Kong eerst even met koud water afspoelt zodat de ergste kou van de buitenkant af is.
Een kaas-Kong is een ware delicatesse
Kaas-Kongs zijn ook niet te versmaden. U maakt een kaas-Kong door stukjes kaas en smeerkaas door elkaar te roeren en de Kong hiermee te vullen. Vervolgens zet u de Kong in een glas of ongeglazuurd kopje in de magnetron voor ongeveer 90 seconden. De kaas smelt en vormt een soort koek waarbij alles aan elkaar plakt. Laat de Kong wel goed afkoelen alvorens u deze aan uw hond geeft. Hou er rekening mee dat de kaasmassa zeer lang heet blijft. Hoe vaak heeft u uw mond niet verbrand aan een kaassoufflé waarvan u dacht dat hij wel genoeg was afgekoeld?
Alternatieven voor de Kong
Een alternatief voor de Kong is de voedselkubus of voedselbal (Activityball). Hoewel deze niet allemaal lekkers kunnen herbergen zonder van binnen onverantwoord vuil te worden (de kubus of bal kan niet geopend worden, terwijl de Kong zo de afwasmachine in kan), zijn deze makkelijk te doseren zonder dat u gebruik hoeft te maken van kleverige substanties. U kunt volstaan met de dagelijkse hondenbrokjes. Als stimulans gebruikt u een verrassing die u helemaal onderin stopt: een stukje kaas of een extra lekker brokje. Of een stukje kip. Uiteraard kunt u beide voorwerpen variëren om het spannend te houden.